§ 03 · Geschiedenis · Hebban olla vogala

Hebban olla vogala.

Geen zin uit de vroege Nederlandse taalgeschiedenis is zo bekend als deze: een vogelzinnetje dat een monnik rond 1100 achter in een handschrift krabbelde. Wat staat er precies, wat betekent het, en is het eigenlijk wel Nederlands?

Kort antwoord

Hebban olla vogala nestas hagunnan, hinase hic enda thu. Wat unbidan we nu? betekent: „Alle vogels zijn met hun nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten wij nu op?“ De zin werd in het laatste kwart van de elfde eeuw opgeschreven door een West-Vlaamse monnik in een klooster in Kent (Engeland), naast een Latijnse versie van dezelfde tekst. Hij werd in 1932 ontdekt in een handschrift in de Bodleian Library in Oxford. Het is de bekendste, maar niet de oudste Nederlandse zin.

De tekst

In het handschrift staat de tekst zonder leestekens en met de schrijfgewoonten van toen (u voor v, uu voor w). Een letterlijke weergave:

Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hic anda thu uuat unbidan uue nu

Meestal wordt de zin in een genormaliseerde vorm geciteerd: Hebban olla vogala nestas hagunnan, hinase hic enda thu. Wat unbidan we nu? Direct ervoor staat dezelfde gedachte in het Latijn:

Abent omnes uolucres nidos inceptos nisi ego et tu. Quid expectamus nunc?

Een gangbare vertaling in hedendaags Nederlands luidt: „Alle vogels zijn met hun nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten wij nu op?“ Letterlijker: „Hebben alle vogels nesten begonnen, behalve ik en jij; wat wachten wij nu?“

Woord voor woord

TekstHedendaags NederlandsOpmerking
hebbanhebbenvervoegd werkwoord, meervoud
ollaalle
vogalavogelsmeervoud op -a
nestasnestenmeervoud op -as
hagunnanbegonnenvoltooid deelwoord; de h- is een eigenaardigheid van de schrijver
hinasebehalve, tenzijsamengetrokken uit hit ne si, „het zij niet“
hicikopnieuw met een extra h-
enda / andaen
thujijvergelijk Duits du, Engels thou
watwat
unbidan(af)wachtenverwant aan het oude beiden, „wachten“
wewij
nunu

De volle eindklinkers (vogala, nestas, hebban) zijn typisch voor de oudste fase van het Nederlands. In het Middelnederlands verzwakten ze tot een toonloze e (voghele, neste), en daarmee tot de sjwa van het hedendaagse Nederlands.

De vondst in Oxford

De zin staat in het handschrift MS Bodley 340 van de Bodleian Library in Oxford, op folio 169 verso. Het handschrift bevat Oudengelse preken en is afkomstig uit de kathedraalpriorij van Rochester in Kent. De Engelse filoloog Kenneth Sisam ontdekte de tekst in 1932.

Het gaat waarschijnlijk om een pennenprobeersel: een kopiist die zijn ganzenveer uitprobeerde, schreef op een lege plek een paar zinnetjes op. Dat verklaart waarom de tekst zo kort is en geen verband houdt met de rest van het handschrift.

Datering en schrijver

Op grond van het handschrift wordt de tekst gedateerd in het laatste kwart van de elfde eeuw, vaak rond 1083 of „rond 1100“. De schrijver was vermoedelijk een West-Vlaamse monnik die als kopiist in een Engels klooster werkte. Dat was in die tijd niet ongewoon: na de Normandische verovering van 1066 kwamen veel geestelijken van het vasteland naar Engeland.

Of de zin een fragment van een liefdesgedicht is, een schrijfoefening of iets anders, weten we niet. De combinatie van lente, nestelende vogels en „ik en jij“ wordt vaak als liefdeslyriek gelezen, maar dat is een interpretatie.

Is het wel Nederlands?

Lange tijd gold de zin zonder discussie als Oudnederlands, meer bepaald Oudwest-Vlaams. Sinds 2004 hebben de Gentse taalkundige Luc De Grauwe en anderen erop gewezen dat verschillende vormen ook goed passen bij het Oudengels van Kent, het dialect van de streek waar de tekst werd geschreven. Volgens die lezing is de zin Oudengels, of een mengvorm van een Vlaamse schrijver die Engels schreef of omgekeerd.

De discussie is niet beslecht. In de praktijk blijft Hebban olla vogala het symbool van het begin van de Nederlandse literatuur en staat het in vrijwel elk overzicht van de Nederlandse taal- en letterkunde.

Niet de oudste Nederlandse zin

Hoewel de zin vaak „de oudste Nederlandse zin“ wordt genoemd, zijn er oudere teksten met Nederlands of een directe voorloper ervan:

  • de Malbergse glossen in de Lex Salica, de Frankische wet uit de zesde eeuw, met de bekende formule Maltho thi afrio lito („Ik zeg je: ik maak je vrij, halfvrije“);
  • de Utrechtse doopbelofte (achtste of negende eeuw), waarvan de taal deels Oudnederlands, deels Oudsaksisch is;
  • de Wachtendonckse Psalmen (tiende eeuw), de grootste samenhangende Oudnederlandse tekst.

Hebban olla vogala is wel de bekendste, en voor de literatuurgeschiedenis een van de vroegste zinnen met een poëtische lading. Meer over deze periode staat op de pagina geschiedenis van het Nederlands.

Veelgestelde vragen

Wat betekent hebban olla vogala?

Hebban olla vogala nestas hagunnan, hinase hic enda thu. Wat unbidan we nu? betekent: Alle vogels zijn met hun nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten wij nu op?

Is hebban olla vogala de oudste Nederlandse zin?

Nee. Het is de bekendste vroege zin, maar er zijn oudere teksten, zoals de Malbergse glossen in de Lex Salica (zesde eeuw), de Utrechtse doopbelofte (achtste of negende eeuw) en de Wachtendonckse Psalmen (tiende eeuw).

Waar werd hebban olla vogala gevonden?

In het handschrift MS Bodley 340 van de Bodleian Library in Oxford, afkomstig uit Rochester in Kent. De Engelse filoloog Kenneth Sisam ontdekte de zin in 1932.

Uit welke eeuw komt hebban olla vogala?

Uit het laatste kwart van de elfde eeuw; de datering wordt vaak gegeven als ongeveer 1083 of rond 1100.

Wie schreef hebban olla vogala?

De naam van de schrijver is onbekend. Vermoedelijk was het een West-Vlaamse monnik die als kopiist in een klooster in Kent werkte en zijn pen uitprobeerde.

Is hebban olla vogala Nederlands of Engels?

Traditioneel geldt de zin als Oudnederlands (Oudwest-Vlaams). Sinds 2004 betogen onder anderen Luc De Grauwe dat hij ook als Oudengels van Kent of als mengvorm kan worden gelezen. De discussie is niet beslecht.