§ 01 · De taal · Pilaar
De Nederlandse taal.
Het Nederlands is een West-Germaanse taal met ongeveer 24 miljoen sprekers, officieel in zes landen op drie continenten, en met meer dan duizend jaar schriftelijke overlevering. Een taalkundige plaatsbepaling.
Kort antwoord
Het Nederlands is een West-Germaanse taal uit de Indo-Europese taalfamilie. Het is voortgekomen uit de Nederfrankische (Oudnederfrankische) dialecten die vanaf de vroege middeleeuwen in de delta van Rijn, Maas en Schelde werden gesproken. De naaste verwanten zijn het Afrikaans, het Fries, het Duits en het Engels.
- Ongeveer 24 miljoen Nederlandstaligen (schatting Taalunie)
- Na het Engels en het Duits de meest gesproken Germaanse taal
- Officiële taal in zes landen: Nederland, België, Suriname, Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Wat voor taal is Nederlands?
Het Nederlands behoort tot de Indo-Europese taalfamilie. Die omvat, ruwweg, de meeste talen van Europa en grote delen van West- en Zuid-Azië, van het IJslands tot het Bengaals. Binnen die familie valt het Nederlands in de Germaanse tak, en daar weer in de West-Germaanse subtak — samen met het Duits, het Engels, het Fries, het Jiddisch en het Afrikaans. De Scandinavische talen (Zweeds, Deens, Noors, IJslands, Faeröers) vormen de Noord-Germaanse zustertak; het Gotisch behoorde tot een inmiddels uitgestorven Oost-Germaanse tak.
Waar is het Nederlands op gebaseerd?
Het Nederlands ontstond uit de Nederfrankische dialecten van de Franken die zich in de delta van Rijn, Maas en Schelde vestigden. Dat Oudnederlands (ongeveer 500–1150) onderscheidt zich van de Hoogduitse dialecten stroomopwaarts doordat het de tweede of Hoogduitse klankverschuiving niet heeft meegemaakt. Daardoor bleven Nederlandse woorden als maken, dorp en pond dichter bij hun Germaanse vorm dan hun Duitse tegenhangers (machen, Dorf, Pfund). Friese en Saksische invloeden uit het noorden en oosten kleurden de taal mee. De latere standaardtaal is vooral gebaseerd op de schrijftaal van de Zuidelijke Nederlanden (Vlaanderen en Brabant) in de middeleeuwen en van Holland vanaf de zeventiende eeuw. Zie voor die ontwikkeling de historische pagina.
Verwante talen
De naaste verwanten van het Nederlands laten zich in een paar groepen indelen. Het Fries, in de provincie Friesland de moedertaal van enkele honderdduizenden mensen, is de tweede officiële taal van Nederland. Historisch staat het Fries dicht bij het Engels; door eeuwenlang contact lijkt het in woordenschat en zinsbouw nu echter sterk op het Nederlands.
Het Engels is de grootste verwant. Het Oudengels had, net als het Oudnederlands, nog naamvallen en veel sterke werkwoorden; daarna verloor het Engels het grootste deel van zijn verbuigingen en nam het na de Normandische verovering (1066) massaal Franse en Latijnse woorden over. Het Duits deelt met het Nederlands een groot deel van de kernwoordenschat en veel zinsbouwprincipes; de plaatsing van het werkwoord aan het einde van de bijzin werkt in beide talen hetzelfde (zie grammatica). Het Nedersaksisch, gesproken in Noord- en Oost-Nederland en in Noord-Duitsland, hoort bij het Nederduits en wordt in Nederland als streektaal erkend.
Tot slot het Afrikaans, dat vanaf de zeventiende eeuw aan de Kaap ontstond uit de taal van de Nederlandse kolonisten, vooral Hollandse dialecten, en dat in 1925 in Zuid-Afrika officieel werd erkend. Het wordt door ongeveer zeven miljoen mensen als moedertaal gesproken in Zuid-Afrika en Namibië. De wederzijdse verstaanbaarheid is groot, vooral op schrift; zie de pagina over Afrikaans voor de details.
Sprekers en spreiding
Hoeveel mensen Nederlands spreken, is niet precies bekend: geen enkel land in het taalgebied houdt een taaltelling bij. De Nederlandse Taalunie schat het aantal Nederlandstaligen op ongeveer 24 miljoen: ongeveer 17 miljoen in Nederland, 6,5 miljoen in België en 400.000 in Suriname. Daarbij komen de sprekers op Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in Caribisch Nederland, voor wie het Nederlands meestal een tweede taal is. Een overzicht per land staat op de pagina In welke landen is Nederlands een officiële taal?
Daarmee is het Nederlands, na het Engels en het Duits, de meest gesproken Germaanse taal. Volgens de Taalunie hoort het bij de veertig meest gesproken talen ter wereld en staat het op de achtste plaats onder de talen van de Europese Unie. Hoeveel mensen het als tweede of vreemde taal spreken, is nog onzekerder; wel wordt het buiten het taalgebied aan zo'n 130 universiteiten onderwezen. Er zijn bovendien Nederlandstalige gemeenschappen in onder meer Canada, de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland. In Indonesië, waar het Nederlands tot 1942 taal van bestuur en elite-onderwijs was, spreekt nog maar een kleine groep ouderen het.
Officiële status per land
Het Nederlands is een officiële taal in zes landen. Bonaire, Saba en Sint Eustatius horen als bijzondere gemeenten bij Nederland. Een beknopt overzicht:
| Land | Status van het Nederlands | Andere officiële talen |
|---|---|---|
| Nederland | Taal van het bestuur (Algemene wet bestuursrecht, 1995) | Fries (in Friesland); in Caribisch Nederland ook Papiaments en Engels |
| België | Officieel; enige officiële taal van het Vlaams Gewest, naast Frans in Brussel | Frans, Duits |
| Suriname | Enige officiële taal | — |
| Aruba | Officieel | Papiaments (sinds 2003) |
| Curaçao | Officieel | Papiaments, Engels (sinds 2007) |
| Sint Maarten | Officieel | Engels |
Daarnaast is het Nederlands een van de 24 officiële talen van de Europese Unie en, naast het Frans, officiële taal van de Benelux Unie. Door het lidmaatschap van Suriname is het ook een van de officiële talen van de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (Unasur) en een werktaal van de Caribische Gemeenschap (Caricom).
Wat is er bijzonder aan het Nederlands?
Klanken
Het Nederlands heeft een rijk klinkersysteem, met korte en lange klinkers en drie echte tweeklanken: ei/ij, ui en au/ou. Vooral de ui is voor anderstaligen lastig. Karakteristiek is ook de g, in het grootste deel van Nederland uitgesproken als een rauwe „harde g“ en in het zuiden (Noord-Brabant, Limburg, Vlaanderen) als een zachte g. Aan het einde van een woord worden stemhebbende medeklinkers stemloos (hond klinkt als „hont“, heb als „hep“), maar de spelling volgt het principe van gelijkvormigheid. Zie verder de pagina over uitspraak.
Zinsbouw
Het Nederlands is een V2-taal: in de hoofdzin staat de persoonsvorm op de tweede plaats (Gisteren ging hij naar huis), in de bijzin aan het einde (… omdat hij gisteren naar huis ging). Tussen onderwerp en werkwoord in een bijzin kan een lange reeks bepalingen staan, wat de tangconstructie oplevert — een bekende moeilijkheid voor anderstaligen. De grammaticapagina beschrijft dit uitvoerig.
Woordenschat
De kern van de woordenschat is Germaans, met daar overheen achtereenvolgens een Latijnse laag (kerk, universiteit, recht), een Franse laag (vanaf de Bourgondische tijd, versterkt tijdens de Franse tijd rond 1800) en moderne lagen uit het Duits en Engels. Specifiek Nederlands zijn de leenwoorden uit het Maleis en Javaans (amok, pienter, bakkeleien, senang, piekeren), een gevolg van de koloniale geschiedenis in Azië, en uit het Jiddisch (mazzel, jatten, gozer, gein, kapsones), via de Joodse gemeenschappen in de steden. Ook het Sranantongo en het Papiaments hebben woorden bijgedragen.
Standaardtaal, tussentaal, dialect
Binnen het Nederlandse taalgebied bestaan drie niveaus van variatie. De standaardtaal — de taal van kranten, omroepen, onderwijs en formele correspondentie — is sinds de negentiende eeuw geleidelijk tot stand gekomen. Het beleid ervoor, waaronder de officiële spelling, wordt sinds 1980 gezamenlijk gevoerd door Nederland en België (Vlaanderen) in de Nederlandse Taalunie. Vroeger sprak men in beide landen van ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands); tegenwoordig heet de standaardtaal meestal Standaardnederlands of Algemeen Nederlands. Er zijn drie erkende nationale varianten: het Nederlands in Nederland, in België en in Suriname. De verschillen zijn hoorbaar (uitspraak, intonatie), maar liggen verder vooral in woordenschat en uitdrukkingen.
Daaronder liggen de tussentaal en de dialecten. Tussentaal is een spreektaalregister dat van de standaardtaal afwijkt zonder een volwaardig dialect te zijn; in Vlaanderen is dit fenomeen, ook wel Verkavelingsvlaams genoemd, in de laatste decennia opmerkelijk sterker geworden. Dialecten — Gronings, Limburgs, West-Vlaams, Brabants, Zeeuws — zijn in het dagelijks leven nog springlevend in sommige gebieden en vrijwel verdwenen in andere. Het dialectoverzicht behandelt de hoofdindeling; de erkenning van het Nedersaksisch (1996) en het Limburgs (1997) onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden gaf beide een officiële status als streektaal.
De Nederlandse Taalunie
De Nederlandse Taalunie werd in 1980 bij verdrag opgericht door Nederland en België. Suriname is sinds 2004 geassocieerd lid; met Aruba en Curaçao heeft de Taalunie raamovereenkomsten voor samenwerking gesloten. De Taalunie is verantwoordelijk voor de officiële Woordenlijst (het Groene Boekje, in druk verschenen in 1954, 1995, 2005 en 2015 en online bijgehouden op woordenlijst.org), beheert de spellingregels, ondersteunt het onderwijs Nederlands in het buitenland en onderhoudt diensten als Taaladvies.net. Het Comité van Ministers neemt de grote besluiten. Een uitvoerige behandeling staat op de pagina over de Taalunie.
Veelgestelde vragen
Welke soort taal is Nederlands?
Nederlands is een West-Germaanse taal uit de Indo-Europese taalfamilie. De naaste verwanten zijn het Afrikaans, het Fries, het Duits en het Engels.
Waar is de Nederlandse taal op gebaseerd?
Het Nederlands is voortgekomen uit de Nederfrankische dialecten die in de vroege middeleeuwen in de delta van Rijn, Maas en Schelde werden gesproken. Anders dan het Duits heeft het de Hoogduitse klankverschuiving niet meegemaakt; daarom zegt men in het Nederlands maken en dorp, en in het Duits machen en Dorf.
Hoeveel mensen spreken Nederlands?
Volgens de Nederlandse Taalunie zijn er ongeveer 24 miljoen Nederlandstaligen: ongeveer 17 miljoen in Nederland, 6,5 miljoen in België en 400.000 in Suriname. Omdat er geen taaltellingen zijn, blijven dit schattingen.
Is Nederlands na Engels en Duits de meest gesproken Germaanse taal?
Ja. Met ongeveer 24 miljoen sprekers komt het Nederlands op de derde plaats onder de Germaanse talen, na het Engels en het Duits en ruim voor talen als het Zweeds, het Deens en het Afrikaans.
In welke landen is Nederlands een officiële taal?
In zes landen: Nederland, België, Suriname, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Ook op Bonaire, Saba en Sint Eustatius, bijzondere gemeenten van Nederland, is het officieel.
Wat is er bijzonder aan de Nederlandse taal?
Opvallend zijn onder meer de harde en zachte g, de tweeklank ui, de plaatsing van werkwoorden aan het einde van de bijzin en leenwoorden uit het Maleis en het Jiddisch. Bovendien voeren Nederland en België samen het beleid voor de standaardtaal in de Nederlandse Taalunie, met Suriname als geassocieerd lid.
Verder lezen
I
Geschiedenis van de taal
Van Hebban olla vogala tot de digitale Taalunie: ruim duizend jaar Nederlands in één doorlopend verhaal.
Naar de geschiedenisII
De Nederlandstalige wereld
De zes landen waar Nederlands een officiële taal is, plus Caribisch Nederland, met kaart en korte dossiers per gebied.
Naar de regio'sIII
Dialecten en streektalen
Nederfrankisch, Nedersaksisch, Vlaams, Fries, Limburgs: de variatie binnen het taalgebied.
Naar de dialecten