§ 11 · Regio · Vlaanderen
Vlaanderen en Brussel.
Ongeveer 6,8 miljoen mensen spreken Nederlands als moedertaal in het Vlaams Gewest en het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Achter dat cijfer gaan twee eeuwen taalstrijd en een voortdurende onderhandeling over de norm schuil.
Bevolking, geografie, taalgrens
Het Vlaams Gewest bestaat uit vijf provincies — West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg — met samen ongeveer 6,6 miljoen inwoners. Daarbij komt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar Nederlands officieel is naast het Frans en waar schattingen van het aantal Nederlandstaligen variëren van 100.000 tot ruim 200.000, afhankelijk van definitie (moedertaal, thuistaal, eerste schooltaal). Totaal komt men ruwweg op 6,8 miljoen Nederlandstaligen in België.
De taalgrens tussen het Nederlandstalige en het Franstalige landsdeel werd in 1962–1963 door de wetten-Gilson definitief vastgelegd. Tot dan toe schoof de grens per gemeente mee met de meerderheid in de tienjaarlijkse taaltelling. Sinds 1962 zijn de gemeentegrenzen taalkundig bevroren; zes faciliteitengemeenten rond Brussel (Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem) bieden Franstalige inwoners bestuurlijke taalfaciliteiten, een juridische constructie die politiek omstreden blijft.
Drie landstalen
België kent drie officiële landstalen: het Nederlands, het Frans en het Duits. Het Duits wordt gesproken in het oostelijke kanton (de Duitstalige Gemeenschap rond Eupen, ongeveer 77.000 inwoners). Op federaal niveau is iedere benoeming formeel tweetalig (Nederlands/Frans); de wetgeving wordt in drie talen gepubliceerd. Sinds de staatshervormingen is het bestuur echter in hoge mate gedecentraliseerd naar gewesten en gemeenschappen.
Taalstrijd in de negentiende eeuw
Het jonge België (1830) gaf aan het Frans een feitelijk overwicht: de grondwet erkende geen taal als officiële voertaal, maar in bestuur, onderwijs en gerechtszaken werd uitsluitend Frans gesproken. Voor de meerderheid van de Vlaamse bevolking — die overwegend dialect sprak — bleef de toegang tot rechtspraak en hoger onderwijs grotendeels afgesloten. Het proces-Coucke en Goethals (1860), waarbij twee Vlaamse arbeiders werden terechtgesteld na een proces in het Frans dat zij niet hadden begrepen, werd een ankerpunt van de Vlaamse beweging.
Na decennia van strijd kwam in 1898 de Gelijkheidswet (ook wel de wet-Coremans-De Vriendt) tot stand, die het Nederlands gelijkstelde aan het Frans in federale wetgeving. In 1921, 1932 en 1935 volgden successievelijk taalwetten voor het bestuur, het onderwijs en het gerecht. In 1930 werd de Rijksuniversiteit Gent vervlaamst; in 1968 volgde de fameuze splitsing van de Katholieke Universiteit Leuven, toen onder de slogan „Leuven Vlaams“ de Franstalige afdeling werd verplaatst naar Louvain-la-Neuve.
Federalisering
De staat België is in vier grondwetsherzieningen omgevormd van een unitaire monarchie tot een federaal systeem met gewesten (op geografische grondslag: Vlaams, Waals, Brussels) en gemeenschappen (op taalkundige grondslag: Vlaamse, Franstalige, Duitstalige).
- 1970
- Eerste staatshervorming onder Eyskens. Invoering van de taalgemeenschappen en een voorzichtige aanzet tot gewesten.
- 1980
- Tweede staatshervorming. Vlaamse en Waalse gewesten krijgen concrete bevoegdheden. In hetzelfde jaar wordt het Taalunieverdrag met Nederland getekend (Taalunie).
- 1988–1989
- Derde staatshervorming. Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt opgericht met eigen parlement.
- 1993
- Vierde staatshervorming (Akkoord van Sint-Michiels). België wordt formeel een federale staat; het Vlaams Parlement komt tot stand.
Latere hervormingen (2001, 2011–2014) verschoven aanvullende bevoegdheden. Voor de Nederlandse taalpolitiek betekent het federale kader concreet dat onderwijsbeleid, cultuurbeleid en media door de gemeenschappen worden uitgevoerd — in casu: door de Vlaamse Gemeenschap, met hoofdzetel in Brussel.
Belgisch-Nederlands
Binnen de gezamenlijke standaardtaal is Belgisch-Nederlands een legitieme, hoorbare variant. De verschillen met het Nederlandse Nederlands zijn vooral lexicaal en idiomatisch; grammaticaal kent Belgisch-Nederlands enkele eigenheden (zie grammatica). Een selectie:
| Belgisch-Nederlands | Nederlands-Nederlands |
|---|---|
| camion | vrachtwagen |
| plezant | leuk |
| goesting | zin, trek |
| duimspijker | punaise |
| gsm | mobiel, mobieltje |
| pompelmoes | grapefruit |
| frigo | koelkast |
| botermelk | karnemelk |
| saus | jus (bij vlees) |
| tas (koffie) | kop (koffie) |
Een deel van deze woorden is in Van Dale als Belgisch-Nederlands gemarkeerd; een ander deel is opgenomen zonder label en dus als gedeeld standaardtalig beschouwd. Zie voor de bredere context woordenschat.
Tussentaal / Verkavelingsvlaams
Naast de standaardtaal functioneert in Vlaanderen sinds de jaren 1980 een register dat zich van het oorspronkelijke dialect én van de Algemeen-Nederlandse norm onderscheidt: de tussentaal. De taalkundige Jan Goossens doopte het fenomeen in 1989 Verkavelingsvlaams. Kenmerken: gebruik van ge/gij, dubbele ontkenning, mannelijk lidwoord den (den bus), palatale klanken in „meisje“ tot meiske, en een laag lexicaal-Vlaamse voorkeurwoorden. Tussentaal is in Vlaamse fictie (F.C. De Kampioenen, Thuis) en in dagelijkse spreektaal alomtegenwoordig; de VRT NWS blijft in nieuwsuitzendingen standaardtalig. Zie ook dialecten.
Instituten
Voor het Nederlands in België zijn drie instellingen structureel.
- Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL)
- Gezeteld in Gent; opgericht in 1886 als tegenhanger van de (Franstalige) Académie royale de Belgique. Beheert literaire prijzen en geeft adviezen over taalbeleid.
- Nederlandse Taalunie
- Vlaanderen is via de Vlaamse Gemeenschap lidstaat in de Taalunie. Zie Taalunie.
- VRT (Vlaamse Radio- en Televisieomroep)
- Openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap, met een eigen taaladviesdienst (VRT Taal) die de normerende uitspraak voor standaardtaal verzorgt.
Schrijvers
De Vlaamse literatuur is onlosmakelijk verweven met de Nederlandstalige canon. Klassieke vertegenwoordigers: Guido Gezelle (1830–1899, West-Vlaams priester-dichter), Willem Elsschot (1882–1960, pseudoniem van Alfons De Ridder, Lijmen, Kaas, Het dwaallicht), Louis Paul Boon (1912–1979, De Kapellekensbaan, Zomer te Ter-Muren), Hugo Claus (1929–2008, Het verdriet van België, 1983), Tom Lanoye (1958, Sprakeloos), Dimitri Verhulst (1972, De helaasheid der dingen), Peter Terrin (1968, Libris Literatuur Prijs 2012) en Stefan Hertmans (1951, Oorlog en terpentijn). Zie voor een uitgebreider overzicht literatuur.
Verder lezen
I
Dialecten
West-Vlaams, Brabants, Limburgs, Oost-Vlaams: de dialectale onderlaag van Belgisch-Nederlands.
Naar de dialectenII
Literatuur
De Vlaamse canon, van Gezelle via Claus tot Lanoye en Terrin.
Naar de literatuurIII
Taalunie
De verdragsorganisatie waarin Vlaanderen sinds 1980 gelijkwaardig partner is.
Naar de Taalunie