§ 12 · Regio · Suriname

Suriname.

Het enige land buiten Europa waar Nederlands officiële voertaal is van bestuur, onderwijs en rechtspraak. Daaronder een meertalige samenleving met Sranantongo, Sarnami, Surinaams-Javaans, Marron- en inheemse talen.

Bevolking
± 620.000
Oppervlakte
163.820 km²
Onafhankelijkheid
25 november 1975
Taalunie-status
Geassocieerd lid sinds 2004, uitgebreid 2023
Talen
20+ in dagelijks gebruik

Bevolking en geografie

Suriname ligt op de noordoostkust van Zuid-Amerika, tussen Guyana in het westen en Frans-Guyana in het oosten, met Brazilië in het zuiden. Het grondgebied beslaat ongeveer 164.000 km² — ruim viermaal de oppervlakte van Nederland — maar de bevolking is met ongeveer 620.000 inwoners bescheiden. Het Algemeen Bureau voor de Statistiek van Suriname (ABS) voerde de laatste volkstelling uit in 2012; de meest recente jaarlijkse schattingen zijn extrapolaties. De hoofdstad Paramaribo telt ongeveer 240.000 inwoners; het historische centrum staat sinds 2002 op de UNESCO-werelderfgoedlijst.

Het binnenland is grotendeels tropisch regenwoud, dunbevolkt en bewoond door Marrongemeenschappen (afstammelingen van gevluchte tot slaaf gemaakte Afrikanen, georganiseerd in zes etnisch-linguïstisch onderscheiden groepen) en door inheemse gemeenschappen (Karaïben, Arowakken, Trio en anderen). De meerderheid van de bevolking woont in de kuststrook.

Onafhankelijkheid 1975

Suriname werd op 25 november 1975 onafhankelijk van het Koninkrijk der Nederlanden. De onafhankelijkheidsonderhandelingen onder premiers Den Uyl (Nederland) en Arron (Suriname) gingen gepaard met een omvangrijke migratiegolf: tussen 1973 en 1980 vertrokken ongeveer 135.000 Surinamers naar Nederland, waardoor de Surinaamse gemeenschap in Nederland vandaag ongeveer 360.000 personen telt (inclusief tweede en derde generatie).

De eerste jaren van de onafhankelijkheid verliepen onrustig: de militaire staatsgreep van Desi Bouterse in 1980, de decembermoorden van 1982, en de Binnenlandse Oorlog (1986–1992) zetten de politieke verhoudingen onder druk. Democratisch bestuur is sinds 1991 hersteld. De Surinaamse grondwet (1987, herzien) bepaalt dat het Nederlands de officiële voertaal is van bestuur, wetgeving en rechtspraak.

Nederlands als voertaal

Het Nederlands is in Suriname de taal van het onderwijs (van kleuterschool tot universiteit), de wetgeving, de rechtspraak en het openbaar bestuur. De meeste Surinamers beheersen het Nederlands op hoog niveau als tweede taal; voor een minderheid is het de moedertaal. De Anton de Kom Universiteit van Suriname (genoemd naar de Surinaamse auteur van Wij slaven van Suriname, 1934) doceert in het Nederlands en onderhoudt uitwisseling met universiteiten in Nederland en Vlaanderen.

In het dagelijks leven concurreert het Nederlands met de lingua franca van de Surinaamse samenleving, het Sranantongo, en met de gemeenschapstalen. Op de markt, onder vrienden en in de politiek wordt Sranan vaak verkozen; op het werk, in de klas en in officiële context is het Nederlands norm. Veel sprekers schakelen moeiteloos tussen codes.

Meertaligheid

Suriname is een van de meest meertalige landen van Latijns-Amerika. Naast het Nederlands zijn de belangrijkste talen:

Sranantongo
Op het Engels gebaseerde creooltaal met substantiële invloed uit het Portugees, Nederlands en West-Afrikaanse talen. Ontstaan op de plantages in de zeventiende en achttiende eeuw. Vandaag lingua franca voor alle etnische groepen in het kustgebied. Geschreven traditie sinds de negentiende eeuw; belangrijk dichter: Trefossa (Henny de Ziel, 1916–1975).
Sarnami
Ook wel Sarnami-Hindoestani genoemd; een variant van het Bhojpuri-Hindi, gesproken door de Hindoestaans-Surinaamse gemeenschap (afstammelingen van contractarbeiders uit Brits-Indië, aangevoerd tussen 1873 en 1916). Ongeveer een derde van de Surinaamse bevolking.
Surinaams-Javaans
Variant van het Javaans, gesproken door de Javaans-Surinaamse gemeenschap (afstammelingen van contractarbeiders uit Nederlands-Indië, 1890–1939).
Marrontalen
Saramakaans, Aucaans (Ndyuka), Paramakaans, Aluku, Kwinti en Matawai — zes verschillende creooltalen met een Engels-Portugees lexicon. In gebruik bij de Marrongemeenschappen in het binnenland.
Inheemse talen
Onder meer Karaïbs (Kari'na), Arowaks (Lokono), Trio en Wayana. Aantallen sprekers zijn klein (enkele duizenden per taal).
Chinees en Engels
Hakka en Mandarijn worden gesproken in de Chinees-Surinaamse gemeenschap (een oude en een recenter gearriveerde groep). Engels is lingua franca met de buurregio (Guyana, Engelstalige Caraïben) en taal van de internationale handel.

Surinaams-Nederlands

Binnen de Nederlandse standaardtaal heeft zich in Suriname een eigen variant ontwikkeld: het Surinaams-Nederlands. Uitspraak is minder gereduceerd dan in Nederland (sjwa's worden voller uitgesproken, klinkers minder gediftongeerd), met een tongpunt-r en een lichtere intonatie. Lexicaal heeft de variant specifieke woorden — deels ontleningen uit Sranantongo, deels oudere Nederlandse woorden die in Suriname bewaard zijn gebleven:

  • bakra — witte (uit Sranan)
  • houdoe — dag, vaarwel
  • plakkaat — advertentie (ouder Nederlands)
  • switi — lekker, prettig (uit Sranan)
  • neef/nicht — ruim gebruikt voor verre verwanten, conform Creoolse verwantschapsterminologie
  • waka-waka — wandeling maken (uit Sranan)
  • doekoe — geld (uit Sranan; ook in Nederlandse spreektaal overgeslagen)

Sinds 2017 verschijnt het Prisma Woordenboek Surinaams Nederlands (samenstelling: Renate de Bies) met duizenden ingangen. De lexicograaf Michaël van Kempen publiceerde met Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur (2003) het standaardwerk over Surinaams literair taalgebruik. Zie verder woordenschat.

Rol in de Nederlandse Taalunie

Suriname werd op 1 januari 2004 geassocieerd lid van de Nederlandse Taalunie; in 2023 werd die status uitgebreid. Surinaamse vertegenwoordigers nemen deel aan de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, aan de voorbereiding van de spellingherziening van 2035, en aan de redactie van het Groene Boekje. De eerste Surinaamsgerichte wijzigingen in de Woordenlijst werden in 2024 doorgevoerd.

Literatuur

De Surinaamse Nederlandstalige literatuur is divers in stem en vorm. Grondleggers zijn:

  • Albert Helman (1903–1996), pseudoniem van Lou Lichtveld; De stille plantage (1931), Mijn aap schreit (1928).
  • Bea Vianen (1935–2019); Sarnami, hai (1969), de eerste Hindoestaanse-Surinaamse roman in het Nederlands.
  • Astrid Roemer (1947); Gewaagd leven (1996), Lijken op liefde (1997). In 2016 ontving zij als eerste schrijver buiten Nederland en België de P.C. Hooft-prijs voor haar oeuvre.
  • Anton de Kom (1898–1945); Wij slaven van Suriname (1934), ideologisch-historisch essay.
  • Karin Amatmoekrim (1976); Het gym (2011).

Voor een breder overzicht, ook van Nederlandstalige Surinaams-migrantenliteratuur, zie literatuur.