§ 06 · Uitspraak · Fonetisch alfabet
Het fonetisch alfabet.
Wat betekent [ɣ], waarom staat er een dubbelepunt achter een klinker en wat is een stemhebbende velaire fricatief? Deze pagina is een naslag bij het Internationaal Fonetisch Alfabet (IPA), toegespitst op het Nederlands: alle tekens die je in Nederlandse transcripties tegenkomt, met voorbeeldwoorden en de vaktermen uitgelegd.
Kort antwoord
Voor het Nederlands gebruik je het Internationaal Fonetisch Alfabet (IPA), waarin elk teken voor precies één klank staat. Een uitspraak noteer je tussen vierkante haken (hond [ɦɔnt]); fonemen tussen schuine strepen (/ɦɔnd/). Het teken ː betekent dat een klank lang is (baat [baːt]), ˈ staat vóór de beklemtoonde lettergreep. Typisch Nederlandse tekens zijn ɣ (de g van goed), x (lach), ʋ (water), ɦ (hond), œy (huis) en ə (de sjwa in de).
Wat is het IPA?
Het Internationaal Fonetisch Alfabet (Engels: International Phonetic Alphabet, IPA) wordt beheerd door de International Phonetic Association, die in 1886 in Parijs werd opgericht. Het alfabet is gebaseerd op het Latijnse schrift, aangevuld met Griekse letters en speciaal ontworpen tekens. Het uitgangspunt: één teken per klank en één klank per teken, voor alle talen ter wereld. Daardoor kun je de uitspraak van een woord noteren zonder dat de spelling van een bepaalde taal in de weg zit.
Woordenboeken en lesmethodes gebruiken soms een eigen, vereenvoudigd systeem. Zo geven sommige een lange klinker aan met een streepje boven de letter (ā, een macron). In het IPA doe je dat met het lengteteken ː erachter: [aː].
Haken, lengte en klemtoon
- [ ] vierkante haken
- Fonetische transcriptie: hoe iets werkelijk klinkt, inclusief details. hond [ɦɔnt] met een hoorbare [t].
- / / schuine strepen
- Fonologische transcriptie: de klankeenheden (fonemen) die betekenis onderscheiden. hond /ɦɔnd/, omdat de d terugkomt in honden.
- ː lengteteken
- De voorgaande klank is lang: [aː] in maan tegenover [ɑ] in man.
- ˈ en ˌ klemtoontekens
- Hoofdklemtoon en bijklemtoon, vóór de lettergreep: Nederlands [ˈneːdərlɑnts].
- ( ) haakjes
- Een klank die soms wel en soms niet wordt uitgesproken: lopen [ˈloːpə(n)].
- ◌̩ (streepje eronder)
- Een medeklinker die zelf een lettergreep vormt: [ˈloːpn̩] in het oosten van Nederland.
Medeklinkers: alle tekens
De tabel geeft de medeklinkers die in transcripties van het Standaardnederlands voorkomen, met de officiële IPA-omschrijving in het Nederlands. Een uitgebreide bespreking per klank staat op de pagina uitspraak.
| Teken | Voorbeeld | Omschrijving |
|---|---|---|
| p | pen, hoop | stemloze bilabiale plosief |
| b | bal, hebben | stemhebbende bilabiale plosief |
| t | tak, hond [ɦɔnt] | stemloze alveolaire plosief |
| d | dak | stemhebbende alveolaire plosief |
| c | katje [ˈkɑcə] | stemloze palatale plosief (variant van t + j) |
| k | kat | stemloze velaire plosief |
| ɡ | goal, zakdoek [ˈzɑɡduk] | stemhebbende velaire plosief (leenwoorden en assimilatie) |
| ʔ | beamen [bəˈʔaːmə(n)] | glottisslag (stemspleetplofklank) |
| f | fiets | stemloze labiodentale fricatief |
| v | vis | stemhebbende labiodentale fricatief |
| s | sok | stemloze alveolaire fricatief |
| z | zon | stemhebbende alveolaire fricatief |
| ʃ | sjaal, chef | stemloze postalveolaire fricatief |
| ʒ | garage, genre | stemhebbende postalveolaire fricatief |
| x | lach, acht | stemloze velaire fricatief (harde g/ch) |
| χ | lach in Noord-Nederland | stemloze uvulaire fricatief (variant) |
| ɣ | goed, gaan | stemhebbende velaire fricatief (zachte g) |
| ɦ | hond, huis | stemhebbende glottale fricatief |
| m | man | bilabiale nasaal |
| n | nee | alveolaire nasaal |
| ɲ | oranje (voor sommige sprekers) | palatale nasaal (variant van n + j) |
| ŋ | zingen, bank [bɑŋk] | velaire nasaal (de klank van ng) |
| l | land, bal | alveolaire laterale approximant |
| r | rood | alveolaire triller (tong-r) |
| ʀ / ʁ | rood | uvulaire triller / fricatief (huig-r) |
| ɹ / ɻ | maar in Nederland | alveolaire / retroflexe approximant („Gooise r“ aan het eind van een lettergreep) |
| ʋ | water | labiodentale approximant (Nederlandse w) |
| β̞ / w | water in Vlaanderen / Suriname | bilabiale approximant / labiovelaire approximant |
| j | ja | palatale approximant |
Klanken die in de IPA-tabel staan maar in het Standaardnederlands niet voorkomen, zoals de epiglottale fricatieven of de retroflexe fricatieven [ʂ ʐ], hoef je voor het Nederlands niet te kennen. De retroflexe approximant [ɻ] hoor je wel als variant van de r na een klinker.
Klinkers en tweeklanken: alle tekens
| Teken | Voorbeeld | Omschrijving |
|---|---|---|
| ɪ | pit | kort, bijna gesloten, voor, ongerond |
| ɛ | pet | kort, halfopen, voor, ongerond |
| ɑ | pat | kort, open, achter, ongerond |
| ɔ | pot | kort, halfopen, achter, gerond |
| ʏ | put | kort, bijna gesloten, voor, gerond |
| ə | de, lopen | sjwa (stomme e), toonloos en centraal |
| i | piet | gesloten, voor, ongerond |
| y | fuut | gesloten, voor, gerond |
| u | hoed | gesloten, achter, gerond |
| eː | beet | lang, halfgesloten, voor, ongerond |
| øː | neus | lang, halfgesloten, voor, gerond |
| oː | boot | lang, halfgesloten, achter, gerond |
| aː | baat | lang, open, (centraal) |
| ɛi | reis, wijs | tweeklank ei/ij |
| œy | huis | tweeklank ui |
| ɑu | koud, blauw | tweeklank ou/au (ook genoteerd als [ʌu]) |
| ɛː, œː, ɔː | crème, freule, roze | lange klinkers in leenwoorden |
| iː, yː, uː | bier, duur, boer | gerekte i, uu, oe vóór een r |
In Nederland klinken de lange klinkers [eː], [øː] en [oː] vaak licht als tweeklank: [eɪ], [øʏ], [oʊ]. Vóór een r worden ze juist opener of meer centraal (meer als [mɪːr]). In Vlaanderen blijven ze meestal zuivere lange klinkers. Daarover meer op de pagina uitspraak.
De vaktermen uitgelegd
Een medeklinker wordt in het IPA beschreven met drie kenmerken: stem, plaats en wijze van articulatie. [ɣ] is dus een stemhebbende (stem) velaire (plaats) fricatief (wijze).
- Stemhebbend / stemloos
- Trillen de stembanden mee (stemhebbend: [b d v z ɣ]) of niet (stemloos: [p t f s x])? Voel met je vingers aan je keel bij een lange [zzz] en een lange [sss].
- Bilabiaal
- Met beide lippen: [p b m].
- Labiodentaal
- Onderlip tegen de boventanden: [f v ʋ].
- Alveolair
- Tongpunt tegen of bij de tandkas achter de boventanden: [t d s z n l r].
- Postalveolair
- Iets verder naar achteren: [ʃ ʒ].
- Palataal
- Tongrug tegen het harde gehemelte: [j c ɲ].
- Velair
- Achterkant van de tong tegen het zachte gehemelte (velum): [k ɡ x ɣ ŋ].
- Uvulair
- Bij de huig (uvula): [χ ʀ ʁ].
- Glottaal
- In de stemspleet (glottis): [ɦ ʔ].
- Plosief (plofklank)
- De luchtstroom wordt volledig afgesloten en dan losgelaten: [p t k b d].
- Fricatief (wrijfklank)
- De luchtstroom wordt vernauwd, zodat je ruis hoort: [f v s z x ɣ]. Stemloze fricatieven in het Nederlands zijn [f], [s], [ʃ] en [x].
- Nasaal (neusklank)
- De lucht gaat door de neus: [m n ŋ].
- Approximant
- De tong of lippen naderen elkaar zonder hoorbare ruis: [ʋ j] en, lateraal, [l].
- Triller
- De tongpunt of huig trilt: [r ʀ].
- Gerond / ongerond, hoog / laag, voor / achter
- Bij klinkers: zijn de lippen gerond, staat de tong hoog of laag in de mond, en ligt het hoogste punt voorin of achterin? [y] in fuut is hoog, voor en gerond.
Voorbeeldtranscripties
| Woord | IPA (Nederland) | Let op |
|---|---|---|
| Nederlands | [ˈneːdərlɑnts] | klemtoon op de eerste lettergreep; d klinkt als [t] |
| uitspraak | [ˈœytspraːk] | de ui is één tweeklank |
| huis | [ɦœys] | stemhebbende h |
| goedemorgen | [ˌɣudəˈmɔrɣə(n)] | in Nederland vaak [x] voor beide g's |
| schrijven | [ˈsxrɛivə(n)] | sch = [s] + [x] |
| Scheveningen | [ˈsxeːvənɪŋə(n)] | ng = [ŋ] |
| zakdoek | [ˈzɑɡduk] | k wordt [ɡ] door assimilatie |
| water | [ˈʋaːtər] | labiodentale w |
IPA-tekens typen
IPA-tekens staan in Unicode en zijn dus in gewone tekst te
gebruiken. Op de computer kun je ze kopiëren uit een tekentabel,
een online IPA-toetsenbord gebruiken of een toetsenbordindeling
met fonetische tekens installeren. In tekstverwerkers werkt een
lettertype met goede Unicode-ondersteuning het best. Voor
onderzoek met computers bestaat ook een ASCII-variant, X-SAMPA,
waarin bijvoorbeeld [ɣ] als G en [ə] als
@ wordt geschreven.
Veelgestelde vragen
Welk fonetisch alfabet gebruik je voor het Nederlands?
Het Internationaal Fonetisch Alfabet (IPA). Daarin staat elk teken voor precies één klank, zodat je de uitspraak kunt noteren los van de spelling. Uitspraak noteer je tussen vierkante haken, fonemen tussen schuine strepen.
Wat betekent het teken ɣ?
De ɣ is een stemhebbende velaire fricatief: de zachte g zoals in goed en gaan in het zuiden van het taalgebied. In grote delen van Nederland klinkt de g stemloos en wordt hij als [x] of uvulair [χ] uitgesproken.
Wat is een stemloze fricatief?
Een wrijfklank waarbij de stembanden niet meetrillen. In het Nederlands zijn dat [f] (fiets), [s] (sok), [ʃ] (sjaal) en [x] (lach). Hun stemhebbende tegenhangers zijn [v], [z], [ʒ] en [ɣ].
Wat betekent het teken ː in fonetisch schrift?
Het is het lengteteken: de klank ervoor is lang. Zo is maan [maːn] en man [mɑn]. Sommige woordenboeken gebruiken in plaats daarvan een streepje boven de klinker.
Hoe schrijf je de ou/au-klank in IPA?
Meestal als [ɑu], zoals in koud [kɑut] en blauw [blɑu]. Sommige bronnen gebruiken [ʌu]. De ei/ij is [ɛi] en de ui [œy].
Welke klank is ŋ?
De ŋ is de velaire nasaal: de klank die je schrijft als ng in zingen, of als n vóór een k in bank [bɑŋk].
Verder lezen
I
Uitspraak en klanken
Klinkers, medeklinkers, harde en zachte g, assimilatie en accenten in detail.
Naar de uitspraakII
Dialecten en streektalen
Hoe de klanken per regio verschillen, van Gronings tot West-Vlaams.
Naar de dialectenIII
Nederlands leren
Welke klanken anderstaligen lastig vinden en hoe je ze oefent.
Naar Nederlands leren