Het Surinaams-Nederlands krijgt een eigen woordenboek.
Het Instituut voor de Nederlandse Taal in Leiden en de Anton de Kom Universiteit van Suriname in Paramaribo kondigen een gezamenlijk lexicografisch project aan. Eerste fase beschikbaar in 2028, online via Woordenlijst.org; eindversie voorzien voor 2032.
Het was, in zekere zin, de ontbrekende schakel. Nederlands als taal van bestuur, onderwijs en rechtspraak in Suriname dateert van de koloniale periode; als standaardtaal met een eigen lokale verankering heeft ze sinds de onafhankelijkheid in 1975 een geheel andere ontwikkeling doorgemaakt dan het Nederlands-Nederlands of het Belgisch-Nederlands. Tot dusver ontbrak echter een volwaardig lexicografisch instrument om deze variant systematisch te beschrijven. Het Prisma Woordenboek Surinaams Nederlands van Renate de Bies (laatste editie 2017) was een aanzet, maar bleef beperkt.
Het project in kerncijfers
- Samenwerking: Instituut voor de Nederlandse Taal (Leiden) · Anton de Kom Universiteit (Paramaribo) · Taalunie.
- Hoofdredacteur: prof. dr. Renée van den Bergh (INT), naast dr. Soeshmita Baldewsingh (AdeKUS).
- Eerste fase (2028): ± 3.500 lemmata, online via Woordenlijst.org.
- Eindversie (2032): ± 8.500 lemmata, papieren editie en digitaal.
- Budget: € 1,8 miljoen over zes jaar, gezamenlijk gefinancierd.
Waarom een eigen woordenboek
Het Surinaams-Nederlands heeft specifieke lexicale kenmerken die in een algemene Nederlandse woordenschat of in Van Dale ofwel ontbreken, ofwel op een secundaire plaats belanden met een regionaal label. Dat is voor andere varianten — Belgisch-Nederlands bijvoorbeeld — ook zo, maar Suriname beschikt anders dan Vlaanderen niet over eigen lexicografische zwaartekracht (een Van Dale Belgisch-Nederlands bestaat; een Van Dale Surinaams-Nederlands niet). Sinds de uitgebreide associatie met de Taalunie in 2023 is dat gat steeds pregnanter geworden.
Het te realiseren woordenboek beoogt drie functies. Ten eerste descriptief: een volwaardige beschrijving van het Surinaams-Nederlands als registervariant, met de nadruk op wat onderscheidend is. Ten tweede normerend: een aansluitingspunt voor bestuur, pers en onderwijs in Suriname, dat tot dusver vaak gedwongen was naar Nederlandse woordenboeken te grijpen voor vocabulair dat niet werd erkend. Ten derde lexicografisch-wetenschappelijk: de bouwsteen voor de opname van Surinaams-Nederlandse vormen in de officiële Woordenlijst, wat in de aankomende spellingshervorming 2035 op de agenda staat.
Wat krijgt een lemma
„We beschrijven wat Surinamers schrijven en zeggen — niet wat voor Nederlanders misschien gewenst zou zijn dat ze zouden zeggen. Een beschrijvend woordenboek, geen prescriptief.“ Dr. Soeshmita Baldewsingh, Anton de Kom Universiteit
De redactionele structuur volgt het model van het Algemeen Nederlands Woordenboek (ANW), met per lemma: vorm, woordsoort, uitspraak in IPA, definitie(s), herkomst, gebruikssfeer, corpusgevolgtes en minstens twee geattesteerde voorbeelden uit Surinaamse bronnen. Bronnen zijn onder andere De Ware Tijd, Star Nieuws en Dagblad Suriname (dagbladen), de Surinaamse wetgeving, corpora van radio- en televisieuitzendingen, en — waar het literair lexicon betreft — Surinaamse literatuur van Albert Helman tot Karin Amatmoekrim. Zie voor dat laatste onze Surinamepagina en de literatuurpagina.
Voorbeelden van ingangen
De redactie heeft ter illustratie enkele proefingangen gedeeld. Een selectie:
- bakra
- zelfstandig naamwoord, de-woord, meervoud bakra's. Oorspronkelijk uit het Sranantongo. Beschrijft een persoon van Europese afkomst, niet noodzakelijk pejoratief maar registergevoelig. Vermoedelijk voert het woordenboek dit lemma als eerste hoofdvorm, waarbij de Nederlandse Van Dale-notatie als „Surinaamse tweedevorm“ vermeld blijft.
- houdoe
- tussenwerpsel. Surinaamse afscheidsgroet; niet te verwarren met de Brabantse variant, die dezelfde etymologie heeft (via hou je goed) maar in ander ritme wordt uitgesproken.
- plakkaat
- zelfstandig naamwoord, het-woord. In Surinaams-Nederlands: advertentie (in een dagblad, op een reclamebord). Ouder Nederlands woord, in Nederland grotendeels verdwenen; in Suriname bewaard gebleven met gespecialiseerde betekenis.
- waka-waka
- zelfstandig naamwoord, de-woord. Uit Sranantongo; verwijst naar een wandeling, uitstapje, stap voor stap vooruit. In jongerentaal ook als tussenwerpsel („we gaan waka-waka!“).
- gatje
- zelfstandig naamwoord, het-woord, diminutief. In Surinaams-Nederlands: plas water, modderige plek; in Nederlands-Nederlands zonder die specifieke betekenis.
Uitdagingen
Het project kent drie specifieke uitdagingen. De eerste is etymologisch. Veel Surinaams-Nederlandse woorden hebben meer dan één herkomst: ze kwamen via het Sranantongo binnen, maar dat Sranantongo-woord heeft op zijn beurt een herkomst in het Portugees, in West-Afrikaanse talen, of in het Nederlands zelf. De redactie volgt voor deze gelaagdheid het model dat al wordt gebruikt op etymologiebank.nl en dat de route stapsgewijs reconstrueert. Zie onze pagina over woordenschat en etymologie voor de bredere achtergrond.
De tweede uitdaging is normatief. De Surinaamse standaardtaal heeft in de afgelopen vijftig jaar een eigen ontwikkeling doorgemaakt die op punten afwijkt van wat de Woordenlijst in Den Haag voorschrijft. Moet het woordenboek dat volgen, of corrigeren? De redactie heeft voor het eerste gekozen: beschrijvend registeren wat er is, met vermelding van Nederlandse of Vlaamse tegenvarianten waar relevant.
De derde uitdaging is politiek. In Suriname zelf is het debat over taal allesbehalve neutraal: de vraag of er in onderwijs meer plaats moet zijn voor Sranantongo als co-instructietaal, wordt met enige regelmaat gevoerd. Een woordenboek Surinaams-Nederlands bevestigt impliciet de status van het Nederlands als standaardtaal; voor pleitbezorgers van Sranantongo-promotie kan dat als gemengd signaal aankomen. De redacteuren erkennen dat spanningsveld, maar stellen dat een beter beschreven Surinaams-Nederlands het meertalige veld als geheel versterkt, niet verzwakt.
Wat nu?
In maart 2026 zal op de Anton de Kom Universiteit een openbare brainstormbijeenkomst plaatsvinden waaraan sprekers, onderwijzers en journalisten kunnen bijdragen met suggesties voor op te nemen woorden. Het Instituut voor de Nederlandse Taal heeft de digitale infrastructuur klaar om een corpus Surinaamse media rond te brengen; de eerste redactionele beslissingen worden in de zomer verwacht. De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren heeft aangegeven het project als voorbereidend traject voor de spellingshervorming van 2035 te beschouwen. Dat betekent: wat in het woordenboek Surinaams-Nederlands wordt opgenomen, is kandidaat voor erkenning in de nieuwe Woordenlijst.
Verder lezen
I
Suriname
Taalsituatie, meertaligheid en Surinaams-Nederlands als zelfstandige variant.
Naar SurinameII
Woordenschat
Germaanse kern, Romaanse, koloniale en Jiddische lagen — waar Surinaams-NL zich invoegt.
Naar de woordenschatIII
Spellingshervorming 2035
Hoe dit woordenboek doorwerkt in het volgende officiële Groene Boekje.
Naar het artikel